Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 241 

door Jet van Swieten

Wanneer onze vriend ’s avonds rond etenstijd aanbelt, is er altijd wel een plekje vrij om een bordje extra neer te zetten. De pannen zijn groot genoeg. Het planningsvermogen van mijn lief draait overuren. Toch weet hij erin te slagen iets te maken van de eenvoudige doch voedzame maaltijd. Het kraakt in zijn hoofd en naderhand verliest hij zichzelf in een makkelijke stoel, waar hij met zijn benen omhoog zich direct afzondert en mij met de vriend alleen laat. Extra horde: ook deze vriend heeft een gebutst hoofd; ook deze vriend raakt regelmatig de draad kwijt. Fijn stel, zo aan het eind van de dag. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 241 “

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 240 

door Jet van Swieten

Onder het motto ‘ik doe maar wat’ weet hij het leven behoorlijk te ontregelen wanneer het leven zichzelf heeft ontregelt. Een verblijf van een paar weken in een vakantiewoning elders in het land is al voldoende eens aardig uit de bocht te vliegen. Ik moet een beetje op hem letten. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 240 “

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 239

door Jet van Swieten

Het warme weer heeft hem een klein beetje lamgelegd. Het is dan ook niet een klein beetje warm. De tropen hebben zich verplaatst naar onze streken. Het is vermoeiend voor een lichaam met hersenletsel de warmte te reguleren en tegelijkertijd na te denken over de woorden die je moet gebruiken. Zo wordt de hazelnootpasta voor op boterham in een handomdraai nootmuskaat. Ik zie de verwarring bij hem opkomen. Het zoeken naar de juiste woorden is een steekspel van ongekende proporties. Confronterend voor hem. Hier toont het hem rechtstreeks dat zijn grens reeds lang bereikt is. Ik wil iets zeggen om hem te sussen maar hij is me voor:
– Als ik niet op woorden kan komen, dan zeg ik maar wat. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 239”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 238

door Jet van Swieten

Hij gunt mij mijn kopje thee. Dat zo’n kopje thee moet smaken, staat buiten kijf. Hij wil er persoonlijk voor zorgdragen dat een theemoment er een is met een smal gouden randje. Dus zegt hij plotsklaps:
– Jij krijgt van mij een nieuwe theepot. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 238”

Van vooroordeel naar voordeel bij onzichtbare beperkingen NAH – column

door Jet van Swieten

Hoe het is gekomen, kan ik niet achterhalen. Het was bij mij waarschijnlijk zo’n zeldzaam moment van verstandsverbijstering waarop twee woorden – met heel verschillende betekenissen – samenvloeiden omdat een paar letters hadden besloten te verdwijnen. Zo kon het gebeuren dat de titel boven het stuk NAH anders benaderd – neem vooroordelen bij onzichtbare beperking weg, kon veranderen in ‘NAH anders benaderd – neem voordelen bij onzichtbare beperking weg’. Doorgaan met het lezen van “Van vooroordeel naar voordeel bij onzichtbare beperkingen NAH – column”