Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 190

Er moet een brief de deur uit. Zo’n epistel met een officieel tintje. Dat betekent werk aan de winkel, een doelstelling bepalen, een begin, een midden en een eind. Op een kladje heb ik alle punten genoteerd die de revue moeten passeren; enkele belangrijke details wat verder uitgewerkt. In mijn hoofd is de brief allang geschreven. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 190”

Advertenties

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 189

Het is niet de eerste keer dat mij dit overkomt. Deze keer is het in zo’n werfkelder aan de Oudegracht in Utrecht. Hij en ik wandelen langs de werven de gracht heen en terug van Het Wed tot aan de Springweg. Plaatsen uit het verleden dringen zich aan mij op. Hier heb ik nog met klasgenoten langs het water wijn zitten pimpelen onder een Hollandse linde. Bij de wijnkoper een etage hoger kon je het uit een vat tappen in een fles. We hadden botje bij botje gelegd. Met een wijnfles half gevuld zaten wij de middag uit. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 189”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 188 

Ze komt verhaal halen; per telefoon. Zij is het niet eens met methode waarmee ik haar definitief duidelijk heb gemaakt dat ze de verwachtingen die ze over ons heeft, moet bijstellen; en ons niet langer lastigvallen – ze heeft gemeend ons plompverloren voor haar karretje te kunnen spannen terwijl hij en ik dat karretje niet kunnen trekken. Het is ongewild inmiddels een project op zich geworden. Dat heeft mij het volgende opgeleverd:
– muren van weerstand;
– spreken tegen een muur;
– spreken tegen een brok beton;
– spreken tegen dovemansoren;
– spreken tegen dichtgestopte oren;
– spreken tegen tegengas. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 188 “

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 187

Er zijn van die dagen dat de verplichtingen zich van alle kanten aan je opdringen. Geen ontkomen meer aan. Je moet door, of je wil of niet. Ook in huize de Onbestorven Weduwe is dat niet anders. De ontwikkelingen klotsen tegen de plinten en zijn niet van plan zich anders voor te doen dan ze zijn: tegenslagen, veranderingen, aanpassingen en wat ongemakken hebben hun uitvalsbasis bij ons gekozen en fluisteren in dat actie de enige manier is om ze uit de weg te ruimen. Dus geven hij en ik er maar gehoor aan en hopen dat het einde van de onrust snel in zicht is. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 187”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 186

Het is een lome zomeravond geweest. De zon is achter de horizon gezakt. De paarden hebben hun laatste stukje weide onder hun hoeven weg gedraafd. Rond het huisje gaan de vleermuizen zenuwachtig heen en weer door de schemering. Ze stoten geluiden uit die in de verte lijken op het gezang van verwaaide distelvinken. In de verte weerlicht het.
Later, terwijl hij en ik ons in de slaapkamer hebben teruggetrokken, trekt een onweersbui op afstand voorbij. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 186”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 185

– Fijn dat jullie met enige regelmaat wél ongestoord op vakantie kunnen.
Ze zegt het om een diep schuldgevoel bij ons wakker te schudden. Ik haal mijn schouders op en voel mee met haar frustratie. Ze zegt het tegen de verkeerde. Ik kan niets voor haar doen. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 185”