Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 262

door Jet van Swieten

Dat je dan denkt dat je weer heel wat aankunt zonder er meteen een tranendal van te maken. Het lijkt alweer zo lang geleden dat hij in een ogenblik veranderde van een fitte kerel met plannen voor de toekomst, in een kwetsbare man die geen dag voor zich uit kan kijken. En natuurlijk alles wat daartussen zit. Die onhandigheid die mij een aantal keer behoorlijk in gevaar bracht, die lege blik wanneer het te moeilijk wordt. Dat onttrekken aan gezelschap, die eeuwige springerigheid en al die liedjes die te pas en te onpas ingezet worden als een piep of een kraak in huis daartoe aanleiding geeft. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 262”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 241 

door Jet van Swieten

Wanneer onze vriend ’s avonds rond etenstijd aanbelt, is er altijd wel een plekje vrij om een bordje extra neer te zetten. De pannen zijn groot genoeg. Het planningsvermogen van mijn lief draait overuren. Toch weet hij erin te slagen iets te maken van de eenvoudige doch voedzame maaltijd. Het kraakt in zijn hoofd en naderhand verliest hij zichzelf in een makkelijke stoel, waar hij met zijn benen omhoog zich direct afzondert en mij met de vriend alleen laat. Extra horde: ook deze vriend heeft een gebutst hoofd; ook deze vriend raakt regelmatig de draad kwijt. Fijn stel, zo aan het eind van de dag. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 241 “

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 240 

door Jet van Swieten

Onder het motto ‘ik doe maar wat’ weet hij het leven behoorlijk te ontregelen wanneer het leven zichzelf heeft ontregelt. Een verblijf van een paar weken in een vakantiewoning elders in het land is al voldoende eens aardig uit de bocht te vliegen. Ik moet een beetje op hem letten. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 240 “

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 239

door Jet van Swieten

Het warme weer heeft hem een klein beetje lamgelegd. Het is dan ook niet een klein beetje warm. De tropen hebben zich verplaatst naar onze streken. Het is vermoeiend voor een lichaam met hersenletsel de warmte te reguleren en tegelijkertijd na te denken over de woorden die je moet gebruiken. Zo wordt de hazelnootpasta voor op boterham in een handomdraai nootmuskaat. Ik zie de verwarring bij hem opkomen. Het zoeken naar de juiste woorden is een steekspel van ongekende proporties. Confronterend voor hem. Hier toont het hem rechtstreeks dat zijn grens reeds lang bereikt is. Ik wil iets zeggen om hem te sussen maar hij is me voor:
– Als ik niet op woorden kan komen, dan zeg ik maar wat. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 239”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 238

door Jet van Swieten

Hij gunt mij mijn kopje thee. Dat zo’n kopje thee moet smaken, staat buiten kijf. Hij wil er persoonlijk voor zorgdragen dat een theemoment er een is met een smal gouden randje. Dus zegt hij plotsklaps:
– Jij krijgt van mij een nieuwe theepot. Doorgaan met het lezen van “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 238”