Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 218

www.nahverborgenkopzorgenweb.wordpress.com

door Jet van Swieten

Dan is het weer eens crisis in huis. Niet ongewoon. De lange jaren beginnen hun tol te eisen. Ik ben moe geworden van de klussen en klusjes die nodig zijn om hem in beweging te houden. Hij, onstuimig als hij is, is er gelukkig mee en waant zich heer en meester. Dat zijn initiatieven regelmatig ongelukkig uitpakken, en ik dan bij moet springen, moet oplossen – kon ik mijzelf maar even oplossen. Ondertussen verlang ik naar ruimte voor zelfontplooiing. Er is te veel moeten; te weinig mogen.

Dus zeg ik het hem:
– Het wordt tijd voor een dagbesteding waarbij je mij niet nodig hebt.
Ik zie hoe hij slikt. Hij wil helemaal niet buiten de deur. Ik zie hoe dat hem weer moe zal maken; hoe dat hem weer verwarring gaat brengen; hoe dat zal werken als zand in de machine. Waarschijnlijk heeft hij gelijk:
– Da’s niks voor mij.

Hij ziet best hoeveel energie dit leven mij kost. Hij ziet hoe slopend het voor mij is geworden. Wanneer ik thuiskom van mijn oefening in ontspanning; van mijn zoektocht naar een leeg hoofd, heeft hij de thee voor mij klaar staan. Zoals ik er voor hem ben, wil hij er voor mij zijn. Met thee bewijst hij zijn fysieke aanwezigheid; hij wil er toe doen. Nuttig zijn, is wat hij wil, een mens zijn als iedereen, een mens zonder warrigheid in het hoofd. Een mens met een doel; een mens met een aankomst – een thuiskomen.

Over mijn toestand denkt hij na. Zijn peinzend fronzen is veelzeggend. Oplossen doet hij het ook nu niet. Hij ziet niet hoe het anders kan. Ik ook niet. Voor anders heb je samen nodig. Overleg, compromissen, nieuwe balans. Nieuwe balans betekent uit balans. Geen goed idee in een huis waar uit evenwicht betekent dat de nok van het dak in de kelder terechtkomt. Overleg is niets voor hem. Hij denkt over geen toekomst na. Er is alleen vandaag.

Vandaag heeft hij mijn worsteling weer helder voor de geest. Mijn crisis trekt hij zich aan. Bijna alsof hij zich schuldig voelt; schuldig over iets waar hij niet bij kan; een onvermogen de situatie tastbaar te maken. Voor ik de deur uit ga, zie ik hem in een vlaag van onbeholpen hulpvaardigheid heen en weer scharrelen; die frons op het voorhoofd blijft. Dan stopt hij een flesje water in mijn tas, doet hij de voordeur van het slot, brengt me door de lange gang tot bij mijn fiets, die buiten op me wacht. Het scheelt niet veel of hij houdt ook een jas voor me op.

Dit is wat hij kan geven. Ondanks alles ben ik een bevoorrecht mens.
© jvs



Van de reeks Uit het dagboek van een Onbestorven Weduwe is onlangs een bundel verschenen onder de titel Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – Notities van een leven naast NAH. Hierin staan herschreven stukken naast nieuwe bijdragen.
Meer informatie is te vinden via deze link.

Advertenties

Wat is jouw verhaal?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.