Sluipend de mantelzorg ingezogen – Een bewustwordingsproces – Column

door Jet van Swieten

Het proces van partner naar mantelzorger voor je partner – of van zoon/dochter naar mantelzorger voor je ouder – is in de meeste gevallen niet een waarvan je je direct bewust bent. Misschien zijn er uitzonderingen. Er zijn mensen die direct begrijpen dat zij aan het begin staan van een langdurige tijd, geld en energie rovende klus en hebben de tegenwoordigheid van geest direct maatregelen te nemen om de mantelzorg zo te organiseren dat zijzelf ontlast worden en rekening houden met het leven dat zij leiden, inclusief baan. Nog voordat het sociale netwerk uit elkaar dreigt te vallen zien zij de mogelijkheid mensen uit de omgeving in stelling te brengen om samen de klus te klaren. Dit is het ideale beeld dat voor ogen moet hebben gestaan bij de beleidsmakers, toen zij de participatiesamenleving in elkaar zetten. Continue reading “Sluipend de mantelzorg ingezogen – Een bewustwordingsproces – Column”

Advertenties

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 213

door Jet van Swieten

Bijna elke dag vraag ik het hem:
– Heb ik vandaag al gezegd dat ik je lief vind?
Of:
Heb ik vandaag al gezegd dat ik van je houd?

Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 213”

Misschien moet hij eens wat meer gaan doen – Goedbedoeld advies – column

door Jet van Swieten

Of het om een bemoediging gaat of juist om een schop onder de kont, zeker in de beginperiode kwam vaak het goedbedoelde advies binnen: ‘Misschien moet hij eens wat meer gaan doen.’ Het is een lekkere binnenkomer wanneer dit advies uitgaat naar iemand die kerngezond is en zijn dagen in ledigheid doorbrengt maar zo langzamerhand begint te klagen over een conditie die wat achterop begint te lopen. Inderdaad kan het dan best fijn zijn iets meer uit de stoel te komen. Een stuk lopen of fietsen, bewegen in de buitenlucht zijn een fantastisch medicijn tegen allerlei welvaartskwaaltjes. Zo lang er geen belemmeringen in de weg zitten, kun je eindeloos variëren in soorten activiteiten om het luie zweet kwijt te raken. Wie gezond is, heeft daar zeker baat bij.

Continue reading “Misschien moet hij eens wat meer gaan doen – Goedbedoeld advies – column”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 211 

door Jet van Swieten

Dat dan op het meest precaire moment je voortand het begeeft. Abreken zou hij doen, zo verzekerde mijn tandarts en hij stuurde mij door naar een kaakchirurg. Mijn fraaie diasteem – dat charmante spleetje dat mijn beet in een appeltje onherroepelijk onderscheidt van de beet van iemand anders – zat nu alleen maar in de weg.
– We gaan het heel mooi oplossen, zo zegt de kaakchirurg.
Hij trekt er een zorgzaam gezicht bij. Dat biedt vertrouwen.
– Alles best, als het spleetje maar blijft.
Er blijft geen andere mogelijkheid dan de boor op de kaak te zetten en een metalen implantaat uit de gereedschapskist te trekken om mij er weer als herboren eruit tevoorschijn te laten komen.
Het is een heel project.

Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 211 “

Beperkt ziekte-inzicht en zelfoverschatting – een paar apart

door Jet van Swieten

Beperkt ziekte-inzicht en zelfoverschatting vormen een paar apart onder de onzichtbare beperkingen als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel. Ze springen niet meteen in het oog maar kunnen flink tegenwerken. Het zijn ingewikkelde beperkingen die moeilijk te herkennen zijn. De getroffene schat niet goed in welke invloed het letsel heeft op zijn functioneren. Daar bovenop komt dat hij niet in staat is goed uit te leggen welke uitwerking zijn beperkingen hebben. Het lukt hem niet zijn grenzen aan te geven en doet zich beter voor dan hij in werkelijkheid is. Continue reading “Beperkt ziekte-inzicht en zelfoverschatting – een paar apart”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 209

door Jet van Swieten

Hij komt de school uit gerend. Een stevige jongen van rond de twaalf jaar. Hij probeert behendig beide armen tegelijk in de mouwen van een jas te steken terwijl hij een bal de lucht in schopt. Ondertussen haalt hij met een zwaai van zijn rechterbeen de bal met gemak uit de lucht om hem een richting op te sturen die hij voor ogen heeft; een blinde muur van het schoolgebouw. Hij is nog het enige kind dat het plein op rent. Het moet pauze zijn. Ik bedenk dat ik voort moet maken om niet verstrikt te raken in een menigte kinderen voordat de andere kant van het plein bereikt is.

Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 209”