Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 208

door Jet van Swieten

Het blijft een beetje woekeren met de tijd. Met kruip-door en sluip-door lukt het me de belangrijkste dingetjes voor elkaar te krijgen. Dan blijkt het opnieuw lastig de rust te vinden om ontspanning te zoeken. Af en toe een wandeling, als het zo uitkomt, blijkt niet meer genoeg. De harde realiteit schrijft minstens dagelijks een wandeling voor. Daar moet ik me aan houden; op straffe van een denderend hart in de nacht. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 208”

Advertenties

Uit het dagboek van een onbestorven weduwe te boek gesteld

Hij is traag voor een maandagmorgen – het is een normale werkdag
– aanwezig afwezig, sloom en traag. Te traag voor zijn doen. Er
hangt een bel van eigenaardige onstilte om hem heen. De geluiden
waarmee hij zich door het huis verplaatst klinken onwaarschijnlijk.
De stappen die hij zet volgen op onlogische wijze de vorige.
Ze houden zich niet aan zijn ritme. Zijn stoten tegen een deur, zijn
bonken tegen een muur, het gaat aritmisch, zonder echo en zonder
commentaar, alsof hij slaapdronken door het huis zwalkt.

Continue reading “Uit het dagboek van een onbestorven weduwe te boek gesteld”

Wie is verantwoordelijk bij NAH, jij of ik – gedeeld of niet

door Jet van Swieten

Eigenlijk zou het overzichtelijk moeten zijn. In een gedeelde huishouding ben je samen verantwoordelijk voor alles wat kan voorkomen. De keuze voor een bank, een verzekering; de zorg voor tijdige betaling van je huur of tijdige aflossing van je hypotheek; de keuze voor een school voor je kinderen; dat de vuilnis op tijd aan de weg staat tot en met de jam die bij het ontbijt op tafel staat. En natuurlijk alles wat daartussen zit. Samen draag je de verantwoordelijkheid zolang dat kan. Wanneer dat om de een of andere reden niet meer gaat, ligt de verantwoordelijkheid in handen van een van beide partners. Dat is prima wanneer de andere partner er geen erg in heeft of zich goed realiseert dat hij de verantwoordelijkheid over beslissingen of taken niet goed meer kan dragen. Wat kun je zeggen over verantwoordelijkheid binnen een huishouden dat te maken krijgt met de onzichtbare beperkingen van niet-aangeboren hersenletsel. Continue reading “Wie is verantwoordelijk bij NAH, jij of ik – gedeeld of niet”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 207

door Jet van Swieten

Onbetaalbaar; lente op ’t Laantje. De zon schijnt met overtuigingskracht over de rivier en werpt zijn stralen op het schip dat voorbij vaart. Aan de overkant van het water klinkt de baltsroep op uit een troep scholeksters. Ze hebben zin om hun nesten te vullen. Even sta ik stil. Alleen maar luisteren; alleen maar horen hoe zij zich voorbereiden op een zomer vol zorg om jongen in leven te houden; een wissel op later.

Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 207”

Hij heeft geluk gehad – kwestie van definitie – Column

door Jet van Swieten

Een van de meest pakkende bemoedigingen die ik – tien jaar nadat mijn partner onzichtbare beperkingen opliep bij niet-aangeboren hersenletsel als gevolg van een herseninfarct – nog altijd ontvang, is met stip: ‘Hij heeft geluk gehad.’ Zeker in de eerste jaren na het infarct kwam dit bij mij nogal kwetsend binnen. De uitspraak toonde feilloos aan hoe weinig inlevingsvermogen en begrip mijn gesprekspartners moesten hebben over niet-aangeboren hersenletsel in het algemeen en over zijn beperkingen in het bijzonder. Het was een teken van ontkenning die in plaats van de bedoelde bemoediging, mij met het gevoel achterliet in de steek gelaten te worden. De uitspraak voelde als een regelrechte dooddoener die liefst meteen moest worden rechtgezet. Maar de gesprekspartner tegenover mij had allang een conclusie getrokken. Daar kon mijn uitleg geen verandering in brengen. Continue reading “Hij heeft geluk gehad – kwestie van definitie – Column”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 206

– Ik ga jou even uitlaten.
Terwijl hij dit zegt, loopt hij naar de kapstok om zijn jas aan te trekken en kijkt me uitdagend aan alsof hij me vraagt of ik zin heb in het park een beetje te apporteren. Hij bedoelt:
– Ik heb ook wel even zin om naar buiten te gaan. Laten we samen een stukje wandelen.
Hij vindt het prettig samen te zijn. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 206”