Hersenletsel geen beletsel – sociale omgang #2

In het artikel Hersenletsel geen beletsel – sociale omgang kwam ter sprake wat er nodig is om iemand met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en zijn partner in de sociale omgang te benaderen. Kun je gewoon iets leuks vertellen over jezelf? Dat je het risico loopt erbij aanwezig te zijn als de getroffene in tranen uitbarst, is natuurlijk vervelend en confronterend. Andere complicaties bij de communicatie te ervaren, is dat evenzeer. Met een beetje goede voorbereiding kom je daar wel uit en kun je een boeiende ontmoeting tegemoet zien. Hoe kun je je op een dergelijk bezoek voorbereiden. Het is handig je goed te realiseren in wat de getroffene en de partner doormaken. Waar je het niet weet, kun je hen open vragen stellen. Continue reading “Hersenletsel geen beletsel – sociale omgang #2”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 169

Dan komen er onherroepelijk momenten dat ik ervan baal dat mijn lief niet op de oude, vertrouwde manier reageert wanneer eigen huis en haard en lief zijn raad en daad nodig hebben. Het gaat om de voorstelling van iets wat een mens volstrekt voor onmogelijk houdt maar wat toch kan plaatsvinden. De werkelijkheid is soms weerbarstig. Zijn hoofd tobt ermee, net als het waarschijnlijk tobt over hoe ermee om te gaan. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 169”

Hersenletsel geen beletsel – sociale omgang

De sociale omgang met iemand die hersenletsel heeft opgelopen, kan sterk veranderen. Het letsel hoeft echter geen beletsel te vormen om ontmoetingen met vrienden of familie te hebben. “Kan ik vertellen dat ik een leuke week heb gehad tegen iemand met niet-aangeboren hersenletsel?” Continue reading “Hersenletsel geen beletsel – sociale omgang”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 168

Op zoek naar een toilet wandelen hij en ik het Amsterdamse Hiltonhotel binnen. We denken aan Herman Brood die meer dan vijftien jaar geleden vanaf het dak van dit gebouw een gewisse dood tegemoet stapte. Mijn Broodmoment had ik jaren daarvoor in een trein tussen A en B – het traject weet ik niet meer; ik zat in die jaren elke dag wel ergens in een trein – toen Herman en ik in een onbenullig gesprek raakten bij de ingang van een coupé. Daar bleef het ook bij. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 168”

Oog voor onzichtbare beperkingen – De weg naar betere nazorg

De noodzaak om meer bekendheid te geven aan de onzichtbare gevolgen die ontstaan als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel – en dan misschien meer speciaal – na een beroerte (een herseninfarct of een hersenbloeding) blijkt nog altijd groot. Het artikel Veranderde persoonlijkheid – De weg naar acceptatie is lang beschrijft dat negentig procent van de mensen met niet-aangeboren hersenletsel niet of niet voldoende revalidatie krijgt. Maar ook dat de meeste aandacht van de medische zorg uitgaat naar fysiek herstel. De motoriek van de getroffene krijgt de allereerste aandacht. Wanneer is voorzien in voldoende mogelijkheden om motorisch – eventueel met hulpmiddelen – weer vooruit te kunnen, mag de patiënt naar huis. Continue reading “Oog voor onzichtbare beperkingen – De weg naar betere nazorg”

Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 167

Er wandelt een man de wachtkamer van de fysiotherapeut binnen. Hij maakt direct excuses.
– Even mijn hoedje afnemen, hoor. Heb ik nodig, want anders krijg ik nog een zonnesteek. 85 ben ik al.
Deze wachtkamer is mijn uitje van de week. Daarom besluit ik het ervan te nemen en de man, die nogal verlegen lijkt om een praatje, te laten spreken. De dubbeldikke Elle in mijn handen leg ik meteen op de leestafel terug, zodat ik met alles wat in mij is hem gezelschap kan houden. Tenslotte heb ik zelf ook behoefte aan wat afleiding.
– Heel verstandig, meneer. Een zonnesteek is wel het laatste wat u nu kunt hebben. Continue reading “Uit het Dagboek van een Onbestorven Weduwe – 167”